Wettelijk kader

Vanuit een wettelijk kader zijn de aankomende Omgevingswet en het beleidskader publieke gezondheid van belang voor het beschermen en bevorderen van gezondheid via de leefomgeving.

De Omgevingswet

De Omgevingswet treedt in 2021 in werking.  26 wetten worden samengevoegd in 1 wet, vier AMvB's en de Omgevingsregeling.  De focus  ligt op minder versnippering en meer inzet op integraal beleid op het gebied van de fysieke leefomgeving.

Belangrijkste doelen Omgevingswet

  • het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit voor inwoners;
  • het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften (artikel 1.3).

Ruimte voor lokale afwegingen

De Omgevingswet biedt gemeenten en provincies de mogelijkheid om expliciet en vroegtijdig gezondheid en veiligheid te betrekken bij ruimtelijke planvorming. Gemeenten krijgen meer ruimte en mogelijkheden om lokale afwegingen te maken. Zo kunnen ze beter rekening houden met regionale verschillen in bijvoorbeeld bevolking of gezondheid. Bijvoorbeeld door:

  • gezondheid een plek te geven in de omgevingsvisie.
  • rekening te houden met gezondheid bij de toedeling van functies (artikel 2.1).
  • lokaal omgevingswaarden op te stellen en vervolgens te monitoren (artikel 2.11).
  • vergunningen te weigeren vanwege ernstige gezondheidsrisico's (artikel 5.32).

 

Integrale afweging en besluitvorming

De Omgevingswet bevordert integrale besluitvorming en samenhang als alle relevante aspecten, waaronder gezondheid, in een zo vroeg mogelijk stadium betrokken worden. Samenwerken tussen domeinen zoals ruimte, verkeer en vervoer, water, natuur, milieu, veiligheid en gezondheid en tussen rijk, provincie en gemeente en uitvoerende organisaties als GGD'en , veiligheidsregio's, omgevingsdiensten en waterschappen, is daarbij van belang.

Wet publieke gezondheid

Zorg voor de publieke gezondheid is vastgelegd in de Wet Publieke Gezondheid (WPG). Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering hiervan. Publieke gezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid van burgers te bevorderen en beschermen. Uitvoering van de Wet publieke gezondheid legt de gemeente over het algemeen neer bij de GGD. Volgens de wet dragen burgermeester en wethouders zorg voor het bewaken van gezondheidsaspecten in bestuurlijke beslissingen. Voordat het college een besluit neemt met belangrijke gevolgen voor de publieke gezondheidszorg, moeten ze advies vragen aan de GGD. De praktijk blijkt echter soms weerbarstiger dan de theorie (cq de wet) voorschrijft.
De vierjaarlijkse nota gemeentelijk gezondheidsbeleid wordt volgens deze wet opgesteld. Aanknopingspunten hiervoor biedt de landelijk nota gezondheidsbeleid, als onderdeel van de zogenaamde preventiecyclus.

Wet Maatschappelijke Ondersteuning

Vanuit het sociaal domein biedt de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) aanknopingspunten voor ruimtelijk beleid. Op grond van de Wmo hebben gemeenten sinds  2015 verantwoordelijkheden voor het organiseren van passende ondersteuning voor mensen die niet op eigen kracht kunnen deelnemen aan de samenleving. Het gaat dan bijvoorbeeld om activiteiten gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van mensen, zodat zij zo lang mogelijk in hun vertrouwde leefomgeving kunnen blijven, en om het bevorderen van de sociale samenhang, toegankelijkheid van voorzieningen, diensten en ruimten, veiligheid en leefbaarheid.