Op woensdag 26 juni vond de zesde bijeenkomst van het Netwerk Maak Ruimte voor Gezondheid plaats in Utrecht. Het thema van de bijeenkomst was: Hoe realiseren we rust, levendigheid en ontmoeten in de leefomgeving?

Elise van Kempen (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) begon de dag met een presentatie over de WHO advieswaarden voor geluid en wat ze betekenen voor Nederland. De WHO advieswaarden hebben geen wettelijke status en zijn gericht op de reductie van gezondheidseffecten door geluid. Door te sturen op niveaus rond de WHO norm (voorkeurswaarde) is nog grote gezondheidswinst te halen. In Nederland zijn ruim 6 miljoen mensen blootgesteld aan geluidniveaus boven de WHO advieswaarde voor wegverkeersgeluid. De aanwezigen gaven aan dat er behoefte is vanuit het werkveld aan een korte samenvatting van deze presentatie.

Foto van plenaire opening bijeenkomst Netwerk Maak Ruimte voor Gezondheid

Vervolgens interviewde Fred Woudenberg (GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst Amsterdam) Lex Groenewold (GGD Noord- en Oost-Gelderland en NSG) en Miriam Weber (gemeente Utrecht) over de vraag: Wie gaan het noodzakelijke beleid maken voor de geluidsperfecte stad: gemeente, provincie, Rijk? Samenwerking en afstemming is nodig, en er liggen belangrijke opgaven en kansen bij de gemeenten.

Tot slot gaven Martine Sluijs (PIP) en Sander van der Ham (Stipo) een presentatie over het realiseren van rust, levendigheid en ontmoeten in de leefomgeving. Vroegtijdig bewoners betrekken staat daarbij centraal.

Workshop 1: De WHO advieswaarden voor geluid en wat ze betekenen voor Nederland

Deze workshop werd verzorgd door: Irene van Kamp en Elise van Kempen (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

 

Foto van workshop 1 bijeenkomst Netwerk Maak Ruimte voor Gezondheid

Als eerste was er discussie naar aanleiding van de plenaire presentatie van Elise van Kempen over de WHO-richtlijnen voor geluid. Volgens de aanwezigen zou de boodschap van het WHO-advies zoals gepresenteerd door RIVM op beknopte en eenvoudige wijze voor gemeenten beschikbaar moeten komen. De WHO-richtlijnen zijn geen norm, maar een advies en moeten niet als puntwaarde beschouwd worden. De WHO gaat voorbij aan de sociale verdeling van blootstelling aan geluid, verschillen in gevoeligheid en context. Dit zijn aandachtspunten voor lokaal geluidbeleid.

 

Irene van Kamp presenteerde de bevindingen van een literatuuronderzoek voor de WHO naar de effectiviteit van geluidsinterventies. Er zijn maar een beperkt aantal studies waar de effecten van maatregelen zijn geëvalueerd. Type onderzochte interventies zijn: bronmaatregelen, maatregelen gericht op pad bron – ontvanger (bijvoorbeeld groene daken), ontwerp (bijvoorbeeld stille zijde, soundscaping) en op ontvanger (bijvoorbeeld educatie). De meeste interventies hebben een gunstig effect en het effect is groter dan op basis van de afname in geluidniveaus verwacht mag worden. Hoe meer verschillende interventies in één project – hoe groter het effect. Gem

 

Tips voor gemeenten

  • Houd een vinger aan de pols, werkt je beleid?
  • Neem bij evaluatie context en coping factoren mee.
  • De WHO en GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst’en sturen meer op bron – en pad maatregelen, terwijl met maatregelen gericht op ontwerp/inrichting van de leefomgeving en woningen misschien meer te winnen is.

Workshop 2: Wie gaan het noodzakelijke beleid maken voor de geluidsperfecte stad: gemeente, provincie, Rijk?

Deze workshop werd verzorgd door: Leo van de Wal (Gemeente Rotterdam) en Fred Woudenberg.

 

Opgave voor Rotterdam is het bouwen van 50.000 woningen binnenstedelijk en het realiseren en behouden van arbeidsplaatsen. De economie is gericht op innovatieve bedrijvigheid en circulaire maakindustrie. Randvoorwaarden daarbij zijn een gezondere stad en hogere kwaliteit van de leefomgeving. De opgaven zijn/worden uitgewerkt in de nieuwe Omgevingsvisie Rotterdam. In de Omgevingsvisie worden een aantal kansen en knelpunten gesignaleerd voor gezondheid.

 

Kansen:

  • Energietransitie, elektrisch vervoer
  • Klimaatbestendige stad, meer groen en water

Knelpunten:

  • Economie, meer bedrijvigheid
  • Bereikbaarheid, meer verkeer

Nieuwe oeververbindingen en mobiliteitstransitie moeten een bijdrage leveren aan mobiliteit. en De inzet op aantrekkelijke stadsboulevards in het centrum moet de bereikbaarheid voor OV, voetgangers en fietsers en zo de leefbaarheid vergroten. Naast deze ruimtelijke principes moeten ook slimme innovaties een bijdrage leveren aan de doelen van bereikbaarheid en leefbaarheid.

 

Een goede balans zoeken tussen rust, reuring en ruis: hier liggen kansen voor de stadsboulevards. De brede wegen (2x2 rijbanen) door het centrum van Rotterdam worden omgebouwd tot boulevard, waar het OV en de fiets veel meer ruimte krijgen naast de auto. Het autoverkeer wordt naar de randen van de stad ‘verplaatst’, dit geeft meer ruimte voor andere functies in de stad zelf. Rotterdam maakt een Rotterdamse omgevings- effectrapportage (ROER) bij de omgevingsvisie.

 

Reactie vanuit de zaal op de presentatie van Rotterdam

De gemeente Den Haag maakt voorlopig geen Omgevingsvisie. Een voorbeeld van een opgave/uitwerking in Den Haag is Central Innovation District, dit betekent dat wordt gebouwd op plekken waar nu eigenlijk geen ruimte is. De ambities voor gezonde stad staan weliswaar op papier, maar de werkelijkheid van projectontwikkeling is vaak anders.

 

Foto van workshop 2 bijeenkomst Netwerk Maak Ruimte voor Gezondheid

De sectorale milieuwetgeving biedt zoveel ruimte voor opvulling van de milieunormen dat het lastig is om de gezondheidsambities vast te houden. Maar als je gezondheid een belangrijke plek gaat geven in je beleid dan komen er wel andere afwegingen. Er liggen wel mogelijkheden.

 

Transformatie van kantoren is een lastige opgave in combinatie met gezondheid. De kantoren zijn juist op locaties gebouwd waar we geen woningen wilden bouwen en nu worden hier vanwege de leegstand toch woningen in geplaatst.

 

De stadsboulevards in Rotterdam leiden ook tot minder barrièrewerking.

 

Idee vanuit Utrecht: ontwikkel meerdere centra in de stad, zo kunnen het aantal verkeersbewegingen afnemen. Maar let ook op, het weren van (doorgaand) verkeer uit het centrum leidt ook weer tot meer verkeersbewegingen. Het is niet zo dat mensen niet meer met de auto gaan.

 

Conclusies en tips

  • Het ruimtelijk concept van de visie met de nieuwe oeververbindingen en de stadsboulevards is goed.
  • Koppel dit concept aan het concept van rust, reuring en ruis en beoordeel nieuwe plannen daarop.
  • Zoek ook naar goede voorbeelden elders, nationaal en internationaal. We doen het goed, maar waar doen ze het al beter?
  • En ontschotten is van belang, nu wordt er nog te veel sectoraal gewerkt, gezondheid en gezonde stad vraagt om een integrale aanpak.

Workshop 3: Hoe realiseren we rust, levendigheid en ontmoeten in de leefomgeving?

Deze workshop werd verzorgd door: Sander van der Ham (STIPO), Martine Sluijs (PIP) en Theo van Alphen (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu).

 

Martine geeft een inleiding en benoemd vier principes of noodzakelijke voorwaarden om van een plek een levende plek te maken:

Illustratie van overgangszone tussen privé en openbaar
  1. Creëer gedeeld eigenaarschap en daarmee ook gedeelde controle van de buitenruimte.
  2. Markeer de overgangszone tussen binnen/privé en openbaar.
  3. Bevorder sociale ontmoeting: bankjes, zichtlijnen, activiteiten.
  4. Bevorder zintuigelijke beleving: kleuren, bloemen/planten, dieren.

Opdracht: Hoe creëer je een magische plek die bewoners van verschillende leeftijden en culturen aantrekt en bindt? Je kunt gebruik maken van de placemaking tool.

Een afbeelding van de placemaking tool

Een magische plek is waar alle zintuigen positief geprikkeld worden. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen een stille en een rustige stad. Wat is prettig voor wie?

 

Tips

  • Belangrijk dat er iets te kiezen valt in een publieke ruimte; de balans tussen rust, ruis en reuring.
  • In bredere zin de balans tussen gezond, sociaal, bereikbaar en comfortabel.
  • Zoek daarbij naar functionele, plezierige combi’s tussen groen, water, bankjes, speelplekken etc.
  • Maar: vraag niet te veel van één plek; less is more en teveel is te veel van alles een beetje.
  • Beleidsmakers en stedenbouwkundigen moeten niet alles willen “dicht tekenen”; creëer ruimte voor eigen invulling van witte vlekken. Dát creëert eigenaarschap. Denk aan de olifantenpaadjes!
  • Laat bewoners samen eerst het verhaal van een plek vertellen. Dat geeft ook een beeld van waar de magie van een plek in kan zitten.
  • Laat (toekomstige) bewoners ook de waarde van de publieke ruimte benoemen voordat je gaat inrichten. Daarmee creëer je meer kansen om in te richten naar die waarden.
  • Probeer het ook eens omgekeerd: eerst de ruimte inrichten vóórdat je de bebouwing gaat bedenken. Daarmee krijgt de publieke ruimte vanzelf een voornamere plaats. Nu zijn het vaak de overgebleven plekken zonder dat van tevoren is nagedacht over hoe door licht, lucht, water, geluid e.d. publieke ruimtes “magisch” kunnen worden.