De gemeente Den Haag is koploper op het gebied van toegankelijkheid. De ambitie is: de openbare ruimte zo inrichten dat iedereen kan deelnemen ongeacht inkomen, beperking, geslacht, cultuur of leeftijd. Het beleid is er, richtlijnen ook, maar hoe gaat dat in de praktijk? 

Daarover vertellen Jeffrey de Jong (beleidsadviseur openbare ruimte en toegankelijkheid), Michiel Huisert (verkeerskundige) en Luka Laeven (beleidsmedewerker sociale basis, Stad en Bestuur) van de gemeente Den Haag.

Toegankelijkheid voor mensen met en zonder beperking 

In Den Haag heeft 15% van de inwoners, zo’n 90.000 mensen, in meer of mindere mate te maken met een zintuigelijke, motorische of cognitieve beperking. Zij ervaren belemmeringen wanneer ze zich verplaatsen in de openbare ruimte. Om dit te verbeteren, en de stad toegankelijker te maken én houden, heeft Den Haag in 2023 de ‘Handreiking naar een toegankelijke openbare ruimte’ ontwikkeld met bijbehorende ‘Richtlijn toegankelijkheid in de openbare ruimte’. Beide stukken noemen in de ondertitel ‘voor mensen met en zonder een functiebeperking’: iederéén is gebaat bij een leefomgeving die gemakkelijk begaanbaar, voorspelbaar, eenvoudig en eenduidig is. 

Stap voor stap 

Uitgangspunt van de Haagse handreiking is dat de fysieke toegankelijkheid volwaardig en integraal wordt meegenomen bij alle herinrichtingsprojecten en vervangingsopgaven in de stad. Hiervoor is de handreiking opgenomen in het Handboek Openbare Ruimte en wordt Den Haag stap voor stap toegankelijker. Het lukt natuurlijk niet om de openbare ruimte in de hele stad in één keer helemaal toegankelijk te maken, maar sinds het vaststellen van het lokale beleid zijn de eerste stappen gezet. Zo zijn er al een aantal nieuwe bus- en tramhaltes opgeleverd die voldoen aan de nieuwe toegankelijkheidsrichtlijnen. ‘Wanneer is iets toegankelijk? De ideale situatie bestaat niet’, stelt Jeffrey nuchter vast, ‘maar we werken vanuit kleine stapjes. En kijken daarbij wat echt nodig is.’ 

Concrete kaders 

Het vertalen van de beleidsnota in richtlijnen maakt het beleid concreet voor ontwerpers en stedenbouwkundigen. Dat is nodig om de ambities toepasbaar te maken in de Haagse RO-praktijk. Denk aan richtlijnen voor een toegankelijk trottoir. Dat gaat namelijk niet alleen om de breedte, maar ook om de zogenaamde doorloopruimte – de ruimte op het trottoir waar je rechtdoor kunt lopen en waar geen obstakels aanwezig zijn. Via deze concrete kaders kunnen ontwerpers ruimte gegeven aan voetgangers met én zonder beperking. Dat vormt de basis van het vergroten van toegankelijkheid in Den Haag: voetgangers als eerste prioriteit, daarna fietsers en vervolgens openbaar vervoer en deelmobiliteit en tot slot personenauto’s (het zogenaamde STOMP-principe). 

Perspectief veranderd 

Meer aandacht voor toegankelijkheid vraagt ook om reflectie op eerdere inrichtingskeuzes. Zo zijn op veel plekken in Nederland, ook in Den Haag, een aantal jaren geleden veel openbare ruimtes ingericht vanuit het principe ‘Shared Space’. Het idee was dat routes voor voetgangers, fietsers en andere weggebruikers bewust zonder precieze aanduidingen werden aangelegd, zodat verschillende weggebruikers als vanzelf een route kiezen en de plek op een ‘natuurlijke manier’ delen. Daarbij is toen weinig aandacht geweest voor toegankelijkheid voor mensen met een beperking. Als verkeerskundige, adviseert Michel Huisert nu dan ook om deze plekken aan te pakken en alsnog duidelijker in te richten.

Lokale Inclusie Agenda

Aandacht voor toegankelijkheid is onderdeel van de Lokale Inclusie Agenda (LIA). De LIA, een verplichting vanuit het VN-verdrag Handicap, wordt in Den haag elke vier jaar geactualiseerd en richt zich op drie domeinen: fysieke, sociale en digitale toegankelijkheid. De LIA in Den Haag bevat acties binnen deze domeinen en geeft richting om, naast bestaand beleid, extra in te zetten op een toegankelijk en inclusief Den Haag. Het doel is dat iedereen volwaardig mee kan doen. De gemeente stelt via een subsidieregeling middelen beschikbaar, zodat ook maatschappelijke organisaties en ondernemers kunnen werken aan deze ambitie.

Toegankelijkheid is niet altijd makkelijk

Nu het toegankelijkheidsbeleid een aantal jaren van kracht is, merken de betrokken Haagse ambtenaren dat ze wel tegen knelpunten aanlopen. Om te beginnen de beschikbare middelen: beperkt budget zorgt ervoor dat je niet overal bijvoorbeeld een hellingbaan kunt aanleggen. Bovendien loop je soms tegen tegenstrijdigheden binnen het thema aan: een randje bij een oversteekplek is prettig voor mensen met een visuele beperking, maar juist lastig voor gebruikers met een motorische beperking. 

Een ander knelpunt kan zijn dat bij de uitbesteding een ontwikkelaar de voorschriften in het Handboek Openbare Ruimte niet helemaal heeft gevolgd en dat herstellen van ontstane knelpunten ingewikkeld en kostbaar is. Zeker wanneer het gaat om een locatie die niet in beheer is bij de gemeente. ‘Neem bij de inrichting van de openbare ruimte toegankelijkheid gelijk mee’, adviseert Michel Huisert, ‘en voorkom daarmee herstelkosten achteraf. Die blijken vaak 10 keer zo hoog te zijn.’

Cognitieve beperking 

De gemeente merkt dat aanpassingen van de openbare ruimte voor mensen met een motorische, visuele of auditieve beperking gemakkelijker in richtlijnen zijn te vatten, dan voor mensen met een cognitieve of verstandelijke beperking. Ook het thema sociale veiligheid vergt extra inspanningen om te vertalen in ontwerprichtlijnen. Voor het laatste zijn wel al ontwerpprincipes geformuleerd, met als doel om deze ook op te nemen in het Handboek Openbare Ruimte. Ook worden ‘Ervaringstours’ georganiseerd waar ambtenaren ervaren wat het is om je met een beperking door de stad te verplaatsen. Zo zorgt Den Haag voor doorontwikkeling van het beleid.

Ervaringstour

Een groep mensen zit in een rolstoel om te ervaren hoe het is om zich door de stad te verplaatsen

Ervaringstours

De gemeente Den Haag organiseert ‘Ervaringstours ’ in samenwerking met Voorall, een belangenorganisatie van mensen met een beperking. De stichting Voorall neemt tijdens deze tours ambtenaren, die werken aan ontwerp, inrichting en beheer van de buitenruimte, mee de stad in. Tijdens de tour ervaren zij waar je in de buitenruimte – soms letterlijk – tegenaan loopt als inwoner met een beperking. Juist deze eigen ervaringen leidt tot erkenning van de noodzaak om de toegankelijkheid te verbeteren.

‘Niets over ons zonder ons’

‘De openbare ruimte perfect toegankelijk inrichten voor alle doelgroepen is onmogelijk’, concludeert Michel Huisert, ‘maar laat dat je niet weerhouden ervoor te zorgen dat mensen met een beperking zich er beter zelfstandig kunnen verplaatsen.’ ‘En pas daarbij altijd het uitgangspunt "Niets over ons, zonder ons" uit het VN-Verdrag Handicap toe’, voegt Luka Laeven toe, ‘betrek ervaringsdeskundigen bij beleid, plannen en uitvoering. Luister naar hen en durf je te beperken met het toegankelijk maken van bepaalde plekken. Zo pakt de gemeente Den Haag het ook aan: ‘we betrekken daarvoor naast Voorall ook Visio, expertisecentrum voor mensen met een visuele beperking, en de Stedelijke Ouderen Commissie, bij nieuwe buitenruimte-ontwerpen.’ Kortom, al begin je met 1 groep of 1 wijk, dan bereik je meer dan wanneer je je verliest in de onrealistische opgave om overal toegankelijkheid perfect te organiseren.

Suggesties van Jeffrey de Jong:

  • Borg toegankelijkheid in de hele keten van het ruimtelijk ontwerpproces, van de eerste schetsen tot beheer. 
  • Zorg voor budget voor beheer, zodat de buitenruimte toegankelijk blijft. 
  • Een coördinator toegankelijkheid binnen de gemeente zorgt voor verbinding tussen alle sectoren. Dit is aan te raden, omdat toegankelijkheid alleen via integraal werken kan worden bereikt. 
  • De meeste winst voor toegankelijkheid is te halen op drukke plekken zoals winkelgebieden. Zo werken ‘Vergeet-me-niet-paden’ - bedoeld voor mensen met dementie om hen de weg van huis naar faciliteiten beter te laten vinden - vaak goed in een winkelgebied. Het is niet nodig zulke paden door de hele stad aan te leggen.

Suggesties van Luka Laeven:

  • Verlies het belang van de sociale toegankelijkheid niet uit het oog. De fysieke toegankelijkheid is de basis (kun je überhaupt ergens komen?). Maar als de sociale toegankelijkheid ontbreekt, sluit je ook mensen uit. Hierbij is bewustwording en beeldvorming belangrijk. 
  • Denk ook aan mensen met een minder zichtbare beperking, bijvoorbeeld mensen met autisme, mensen met een licht verstandelijke beperking en mensen met niet-aangeboren hersenletsel. Ook zij hebben baat bij een goed ingerichte openbare buitenruimte, maar net op een andere manier.