In de wijk De Gaarden in Den Haag Zuidwest kiest men voor een bijzondere vorm van participatie bij de ruimtelijke inrichting van de wijk: placetesting. Met tijdelijke interventies wordt uitgeprobeerd hoe bewoners een verandering in hun leefomgeving ervaren. Zo ontdekken professionals wat past bij bewoners en wat niet.
Esther Vlasveld, adviseur Gezonde Leefomgeving van de GGD Haaglanden, adviseert bij gebiedsontwikkelingen in Den Haag Zuidwest en werkt vanuit bewonersbehoeften aan gezonde leefomgeving in dezelfde wijk. Een unieke positie, waarbij ze ‘met de voeten in de klei staat’ én meedenkt aan de tekentafel. Als brug tussen die twee werelden vertelt ze hoe placetesting leidt tot betrokkenheid van bewoners en hoe hun feedback van invloed is op ruimtelijke keuzes voor een gezonde leefomgeving.
Participatie op straat
Placetesting draait het ‘reguliere’ participatieproces om: je doet concrete, tijdelijke ingrepen in de buitenruimte en test daarna met bewoners of het aansluit bij hun behoeften. Traditionele participatie bij ruimtelijke projecten begint met het ophalen van ideeën en wensen van bewoners via enquêtes of inspraakavonden. Daarna duurt het vaak nog jaren voordat er iets verandert in de leefomgeving.
De ervaring in De Gaarden is dat deze omgedraaide, ongebruikelijke, methode snel tot contact met bewoners leidt. Teken met krijt een mogelijke route voor een wandelpad en mensen gaan vanaf hun balkon met je in gesprek. Leg een tijdelijk zebrapad bij een speelplek aan en voorbijgangers geven meteen feedback. Professionals raken op die manier ter plekke in gesprek over behoeften en wensen over de inrichting van de buurt.
Het project – een samenwerking tussen de GGD Haaglanden, gemeente Den Haag en woningcorporaties Haag Wonen en Staedion – draaide een jaar vanuit het placetesting-principe: kijken wat werkt en of er draagvlak voor ontstaat bij bewoners en wijkorganisaties. Zo ontstond bijvoorbeeld actieve samenwerking met Buurtkamer Vrederust en Wijkz.
Eerst zien, dan geloven
Een voordeel van placetesting is dat bewoners meteen zien dat er wordt gewerkt aan het gezonder maken van hun leefomgeving. Dat is nodig in de wijk in Den Haag Zuidwest, omdat de hele gebiedsontwikkeling zo lang gaat duren dat (kleine) kinderen die er nu wonen, misschien wel het huis uit gaan als het af is. Zo'n tijdspad is te lang voor bewoners. Ruimtelijke ontwikkelingen naar voren halen schept vertrouwen dat de gebiedsontwikkeling ook voordelen voor de huidige bewoners biedt.
Zodra in De Gaarden de speelplek in een binnentuin aantrekkelijker werd gemaakt, groeide het vertrouwen en daarmee de betrokkenheid van bewoners. Het aanpakken van de speelplek stond namelijk al lang op het wensenlijstje van de bewoners. Sommigen waren hiermee al tevreden, terwijl er nog meer aanpassingen in de buurt, samen met de buurt, zouden volgen: een pluktuin, sportvoorzieningen, een langzaam-verkeer-verbinding in de vorm van een brug en een zebrapad. De laatste twee maakten de sport- en speelplek beter bereikbaar.
Het team in De Gaarden zette ook in op het creëren van ontmoeting tussen professionals en bewoners, onder andere door het zomerfestival Speelsafari te organiseren, met muziek en sport- & spelactiviteiten op verschillende locaties. Het vrolijke, speelse festival werd druk bezocht. Er ontstond veel interactie tussen bewoners onderling, en tussen bewoners en organisaties in de wijk.
Ook leidde het festival tot gesprekken tussen de GGD en diverse organisaties in de buurt. ‘We zijn in gesprek over ieders rol bij het maken van fijne plekken. We vroegen bijvoorbeeld de jongerenwerkers om de sport- en speelplek meer te gebruiken, met activiteiten die aansluiten op de mogelijkheden van de locatie.’
Geef ruimte voor flexibele participatie
Esther Vlasveld merkt op: participatie via placetesting is een organisch proces. De groep betrokken bewoners groeide, nam weer af, wisselde van samenstelling en was afhankelijk van de locatie waarover gesproken werd. Zo was er voor de binnentuin aanvankelijk meer belangstelling dan voor de speelplek ergens anders in de wijk.
Soms namen mensen slechts eenmalig deel aan bijeenkomsten. ‘Dit was allemaal prima, het maakte participeren laagdrempelig en zonder verplichtingen’, aldus Vlasveld, ‘en dat is belangrijk. Bewoners hoefden niet mee te denken over alle locaties. Vaak voelden zij zich bij één plek echt betrokken en wilden ze vooral daarover meepraten.’ Met deze flexibele insteek kreeg een diverse groep wijkbewoners de kans om hun ideeën vorm te geven en te delen.
Wat levert het project op?
Het project heeft het voor elkaar gekregen dat de leefomgeving op korte termijn gezonder is geworden door beter passende voorzieningen en rijkere programmering. Maar het is nog niet bekend of alle tijdelijke interventies blijvend worden. De volgende plannen staan wel vast voor De Gaarden
- Naast de sportvoorziening krijgt de speelplek een upgrade, medegefinancierd via provinciale subsidie voor een beweegvriendelijke omgeving;
- De tijdelijke brug blijft in ieder geval drie maanden langer en er gesprekken met de gemeente over mogelijkheden van een definitieve brug;
- De Speelsafari wordt ook in 2026 georganiseerd, ditmaal door de community builder van het stadsdeel. Ook is ingebed in het programma Haagse Aanpak Gezond Gewicht;
- De pluktuin maakt een goede kans te blijven vanwege het ontstane draagvlak bij bewoners, de groenbeheerder en de speciaal onderwijs school in de buurt die de tuin gebruikt voor praktijkonderwijs.
Placetesting opent deuren voor blijvende verandering?
De Gaarden laat zien dat placetesting bewoners, organisaties in de buurt en collega’s bij andere afdelingen binnen de GGD en gemeente enthousiast maken. Positieve reacties op tijdelijke aanpassingen opent mogelijkheden voor investeringen om deze aanpassingen blijvend te maken. ‘Laat tijd, geld en regels dus niet leidend zijn’, adviseert Vlasveld, ‘iedereen die betrokken was bij dit project heeft zijn werkveld een klein stukje opgerekt. En heeft daardoor oog gekregen voor zaken net buiten zijn officiële opdracht.’
Ook aan de slag met placetesting? Tips van Esther Vlasveld:
- Investeer voor de start van een placetesting project in de contacten met buurtorganisaties. Wanneer er al samenwerking is, kan dit gemakkelijker worden geïntensiveerd tijdens het project. Zo was de GGD Haaglanden al actief in deze buurt vanuit de wijkpreventieaanpak.
- Maak aan het begin van het project diverse wijkwandelingen, dan kom je er gauw achter welke plekken mensen prettig vinden en welke niet. Verbind fysieke en sociale domeinen op buurtniveau, dus betrek zowel de mensen van weg- en groenbeheer als welzijnswerkers, sportprofessionals en buurthuizen.
- Start met kleine, zichtbare interventies die uitnodigen tot een gesprek. Maar werk tegelijkertijd groots en strategisch. Op die manier maak je de link met het beleid voor grotere ruimtelijke ontwikkelingen.
- Placetesting vergt lef. Je moet binnen de organisatie de ruimte krijgen om te experimenteren, en anders samen te werken, zoals binnen de wijkpreventieaanpak wordt gestimuleerd. Daarnaast moet je het doorzettingsvermogen hebben om een tijdelijke interventie blijvend te maken, wanneer deze succesvol blijkt.
- Houd na een placetesting project de positieve energie in een buurt vast, blijf vanuit de gemeente en de GGD investeren in relaties met bewoners en organisaties in de wijk.
- Laat je niet tegenhouden door beperkte budgetten. Juist via placetesting kan er ruimte ontstaan in tijd en geld. Je test de interventie niet alleen met bewoners, maar ook met wijkpartners en collega's binnen de gemeente. Vaak zijn er meer mogelijkheden dan je denkt.
Medegefinacieerd door ZonMw
Dit project is medegefinancierd door ZonMw (Nederlandse organisatie voor gezondheidsonderzoek en zorginnovatie) vanuit het programma Gezonde Leefomgeving Integrale Aanpak (GLIA). Ook is het project onderdeel van het Nationaal Programma Zuidwest binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV).