De netwerkbijeenkomst van Maak Ruimte voor Gezondheid op 22 april in Utrecht ging over het spanningsveld tussen industrie, gezondheid en omwonenden. Meer dan 80 deelnemers van o.a. omgevingsdiensten, GGD’en, adviesbureaus en gemeenten spraken elkaar over de uitkomsten en vervolgstappen van de landelijke 'Actieagenda Industrie en Omwonenden' en lokale casussen. De gespreksleiders Fred Woudenberg (GGD Amsterdam) en Tom Ludwig (Commissie Milieueffectrapportage) stelden eerlijke vragen. Dit leidde tot een open gesprek over botsende belangen, timing van besluitvorming, teleurstelling bij omwonenden, en het belang van lobbyen en vertrouwen tussen industrie, omwonenden en overheid.

Actieagenda Industrie en Omwonenden

Jelle Vennik, van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, trapt af met de stand van zaken rondom de Actieagenda Industrie en Omwonenden. Deze Actieagenda was de reactie op het rapport ‘Industrie en Omwonenden’ van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (2023) waaruit blijkt dat de gezondheid van omwonenden niet overal goed genoeg wordt beschermen – soms zelfs wanneer bedrijven zich aan deze regels houden. In 2025 is een verzameling onderzoeken in het kader van de Actieagenda opgeleverd. Het kabinet heeft naar aanleiding daarvan besloten vijf vervolgacties uit te voeren in 2026 - 2027. Het gaat om twee pilots, twee verkenningen en een landelijke gesprekstafel met omwonende, industrie en overheid. De Tweede Kamer is hierover op 19 december 2025 geïnformeerd via een Kamerbrief. De vijf acties gebeuren zonder nieuwe regelgeving en binnen bestaand budget. Naast de zorgen van omwonende heeft bijvoorbeeld het concurrentievermogen van de Nederlandse industrie ook meegewogen in de politieke belsuitvorming. 

Deze politieke keuze betekent dat de wens van omwonenden, een duidelijke grens aan de uitstoot van de industrie zodat zij wel beschermd worden, niet een-op-een kan worden uitgevoerd. Des te belangrijker is het om de mogelijke rol van de GGD verder uit te werken, te verkennen of positieve financiële prikkels leiden tot verduurzaming van de industrie en om in gesprek te blijven met elkaar. Tijdens de bijeenkomst zijn de sprekers vooral ingegaan op de conclusie rondom het wegen van gezondheidsbelang: versterk de adviesrol van de GGD over industrie en gezondheid bij omgevingsvisies,  omgevingsverordeningen, omgevingsplannen en vergunningverlening.

Gezondheidskennis vergroten 
Berthy van den Broek van Haskoning vertelt over actie 12, over de vraag hoe gezondheid beter kan worden meegewogen bij vergunningverlening en besluitvorming rondom industrie. Het instrumentarium van de Omgevingswet blijkt hiervoor geschikt en voldoende. En de nieuwe toetsingsgrond uit artikel 8.9 van het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) klinkt veelbelovend: een bedrijf mag geen ‘significante milieuverontreiniging’ veroorzaken. Dit is ambitieuzer dan het toepassen van de Best Beschikbare Technieken (BBT). Er is wel een ‘maar’: bij de beoordeling van ‘significante milieuverontreiniging’ ontbreekt informatie en kennis. Omgevingsdiensten missen vaak data over alle industriële emissies. En als die gegevens er wel zijn, zijn ze vaak lastig te duiden. Wat betekenen de emissies voor de gezondheid? Zelfs als dit wel bekend is, vertelt van den Broek, is het lastig om deze gegevens te vertalen in ‘wat is acceptabel?’ en ‘hoe past dit in een omgevingsplan of omgevingsverordening?’ Het advies vanuit deze actie is dan ook om de kennis rondom industriële emissies en mogelijke gezondheidseffecten te vergroten, o.a. door de GGD vroeg in besluitvormingsprocessen om advies te vragen. Daarnaast is het advies: maak een inventarisatie van gebieden met ‘significante milieuverontreiniging’, en stel regels op in het omgevingsplan en de omgevingsverordening over wat een acceptabel niveau is van mogelijke verontreiniging die hier nog bovenop komt. 

Versterken adviesrol GGD 
Marlouce Biemans, ook van Haskoning, vertelt ons de conclusies van actie 13, over het versterken van de adviesrol van de GGD. Ten eerste blijkt de GGD zeer geschikt om te adviseren over industrie en gezondheid. Ze zijn deskundig, betrouwbaar en hebben het vertrouwen van bewoners en stakeholders. Verder blijkt het wenselijk dat de GGD adviseert in alle fasen van het proces: van omgevingsvisie, via omgevingsverordening en omgevingsplan tot en met vergunningverlening. Voorwaarde daarbij is dat de adviesrol van de GGD wordt opgenomen in de structuur van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH). Biemans waarschuwt ons dat de statistische term ‘significant’ bij het beoordelen van de milieu-impact van industrie impliceert dat dit wetenschappelijk te onderbouwen zou zijn. Dat is meestal niet het geval, ook de GGD kan meestal niet bewijzen of gezondheidsschade door een specifieke uitstoot is veroorzaakt. Dit is een valkuil van het beleid, volgens Biemans. Beter is om de term plausibel te gebruiken. 

De adviezen vanuit deze actie leidden tot de net gestarte pilot ‘Versteviging GGD-advies bij het opstellen van Omgevingsvisie en omgevingsplan’. Michiel Hoorweg van het ministerie Volksgezondheid, Welzijn en Sport vertelt dat in de eerste fase van de pilot adviezen van de GGD en Omgevingsdienst van de afgelopen jaren worden geëvalueerd via interviews met betrokkenen. Fase 2 monitort en evalueert adviseringstrajecten die nog moeten plaatsvinden. De pilot loopt tot eind 2027 en moet praktische handvatten opleveren voor het verstevigen van het GGD-advies bij industrie in de leefomgeving. Hoorweg haalt voor alle drie onderdelen input op bij de deelnemers van de workshop. Daar wordt besproken hoe de GGD meer invloed kan krijgen bij het beschermen van gezondheid rond industrie. Gemeenten vragen wel advies aan de GGD, maar doen er vaak weinig mee, mede doordat gezondheid in plannen te vaag blijft en de GGD niet altijd actief betrokken is. Deelnemers willen leren van verschillende praktijkvoorbeelden en pleiten voor een actievere rol van de GGD, bijvoorbeeld via ‘gezondheidstafels’ waar alle betrokkenen samenkomen. Belangrijk is dat de geleerde lessen echt tot blijvende verbeteringen leiden. Het doel is om gezondheid een vanzelfsprekend onderdeel van besluitvorming te maken, net als bijvoorbeeld waterveiligheid. 

Afbeelding

op de afbeelding zie je de zaal deelnemers en de presentatie actieagenda Industrie en Omwonenden

Onderling begrip

Al vóór de publicatie van het OVV-rapport ‘Industrie en omwonenden’ maakten bewoners zich zorgen over de gezondheidsimpact van bedrijven op Trade Port Nijmegen-West. Ewald Korevaar, van de Omgevingsdienst Groene Metropool, vertelt dat zijn organisatie daarom startte met het project ‘Gezonder vergunnen’. Ook na het uitkopen van de asfaltcentrale door de gemeente in 2023 blijven er zorgen. Dit komt vooral door de geurhinder die mensen ervaren. Korevaar laat ons zien dat de luchtkwaliteit rondom Trade Port namelijk niet slechter is dan die langs drukke wegen in Nijmegen. In het project is een top 8 van bedrijven gemaakt die het meeste uitstoten. Voor die bedrijven zijn technische mogelijkheden voor emissiereductie uitgezocht. Denk aan duurzame alternatieven voor aardgasgestookte stoomketels en elektrificeren van mobiele werktuigen. Daarna was het aan Korevaar de taak om bedrijven waarbij emissiereductie het meest kansrijk leek in gesprek te brengen met bewoners. 

Dat vonden de meesten spannend, maar twee bedrijven voelden de maatschappelijke verantwoordelijkheid en zetten deze stap. Een rondleiding op het bedrijf leidde er meestal al toe dat bewoners onder de indruk waren van de stappen die een bedrijf al had gezet, vaak na eerdere klachten van hinder uit de omgeving. Bovendien bleek tijdens gesprekken dat gezondheid een gezamenlijk belang is. Ook het bedrijf wil een gezonde werkomgeving voor z’n werknemers en voorkomen dat het voor overlast zorgt bij omwonenden. Dit leidde tot onderling begrip en vertrouwen, een positieve ontwikkeling bij de vernieuwde omgevingsdialoog. 

Omgevingsdialoog

In de aansluitende workshop gaat Cleo Grim, collega van Korevaar, in gesprek met de deelnemers over de proactieve rol van de OD Groene Metropool bij de omgevingsdialoog. Om dit proces zo goed mogelijk te faciliteren, ontwikkelde de OD in 2025 concrete bouwstenen. Deze bouwstenen werkt de OD dit jaar uit tot instrumenten die volgens nieuwe werkwijzen kunnen worden ingezet om de omgeving beter te betrekken bij Milieu VTH. In de workshop gingen deelnemers met elkaar in gesprek, de volgende punten werden door de groep aangedragen:

  1. het verlagen van de drempel voor omwonenden om klachten en zorgen te melden, via een app bijvoorbeeld;
  2. het combineren van registratiebronnen - denk aan klachtenregistratie, de gezondheidsmonitor en bewonersgroepen – voor een zo volledig mogelijk beeld van de beleving van industriële emissies bij omwonenden;
  3. eerlijke, transparante communicatie, in begrijpelijke, gewone taal, toegankelijk voor iedereen;
  4. een passende werkvorm: maak ruimte voor inbreng voor de stem van omwonenden tijdens de dialoog. Dus kies niet (alleen) voor een plenaire bijeenkomst;
  5. betrekken van alle relevante partijen;
  6. duidelijk zijn over verwachtingen, vanaf het begin.

Als aanbeveling oppert een workshopdeelnemer om binnen de dialoog een plan van aanpak te koppelen aan concrete zorgen. Dit kan een structuur bieden om de industrie aan tafel te krijgen en processen richting oplossingen op gang te brengen. Op die manier draagt de omgevingsdialoog echt bij aan een gezondere leefomgeving.

Afbeelding od

Op de afbeelding is te zien een zaal met deelnemers en de presentatie over Trade Port Nijmegen-West

Vertrouwen terugwinnen

Het kunstmestbedrijf ICL Fertilizers in de haven van Amsterdam zorgt al jaren voor ophef in de gemeenteraad en de media, vanwege de geuroverlast, irritatie van de slijmvliezen en angst voor ontstaan van kanker bij omwonenden. Het bedrijf sluit in 2040, wanneer de erfpacht afloopt. Daarna start de bouw van de nieuwe woonwijk Havenstad. Het is dus de vraag of ICL Fertilizers gemotiveerd kan worden om nog te investeren in betere technieken om de uitstoot te verminderen. Fred Woudenberg van de GGD Amsterdam en Manja Touber van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) vertellen in hun workshop hoe zij samenwerken in dit dossier. Touber vertelt dat na vaststelling van overschrijding van de emissienorm van zoutzuur, de omgevingsdienst het bedrijf een dwangsom oplegt en hier streng op toeziet. In de nieuwe vergunning (van februari 2026) zijn normen voor geur en uitstoot van zoutzuur aangescherpt. Wanneer het bedrijf zich hieraan gaat houden, zal de geurhinder waarschijnlijk grotendeels worden opgelost, verwacht Woudenberg. Via een forse verhoging van de dwangsom bij overschrijdingen, hoopt de OD ICL te stimuleren te investeren in verduurzaming. 

Het bedrijf staat er al ruim 100 jaar en omwonenden werkten vroeger ook vaak bij het bedrijf. Dat veranderde in de loop van de tijd. Nu is het een wijk waar veel jonge gezinnen wonen met vaak een hogere sociale economische positie dan de arbeiders. Kritischer en mondiger bewoners dus, waarmee het uitdagender communiceren is in deze casus. Want hoe leg je uit dat er inderdaad relatief veel longkanker voorkomt bij bewoners dichtbij ICL, maar dat dit hoogst waarschijnlijk niets te maken heeft met emissies van het bedrijf? Na het zien van een kankerindicentiekaart met een rode vlek in hun wijk, zijn veel mensen argwanend als deskundigen vertellen dat zoutzuur niet kankerverwekkend is en dat er waarschijnlijk veel kanker voorkomt omdat veel bewoners vroeger rookten. En dan vertellen die deskundigen ook nog dat zoutzuurmetingen geen zin hebben (vanwege de niveaus die onder de detectiegrens van metingen liggen) en dat meer onderzoek naar de relatie tussen ICL-uitstoot en kanker ook niks zal opleveren… In deze tijd, waarin er weinig vertrouwen is in de overheid, was het voor de GGD en de omgevingsdienst zaak om het vertrouwen van omwonenden van ICL terug te winnen. Dat slaagde door de geurbeleving van bewoners serieus te nemen, begrip te tonen en laten voelen dat je ‘aan hun kant staat’. 

Uitdagingen bij het uitvoeren van onderzoek naar industrie en gezondheid

Het uitvoeren van onderzoek naar industriële luchtverontreiniging en gezondheid kent vele uitdagingen. Arnold Bergstra van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu illustreert een aantal van deze uitdagingen aan de hand van de Verkenning Chemelot. Chemelot is een industriecomplex nabij Geleen en Sittard, met woonwijken direct aan de terreingrens.

In de Verkenning Chemelot is uitsluitend gebruikgemaakt van gepubliceerde (gezondheids)gegevens, waarvan de Kankeratlas er één is. Hierop is te zien dat in één wijk meer mensen longkanker krijgen dan gemiddeld in Nederland. De valkuil is dat men zou kunnen denken dat er een direct verband is met de industrie. Echter, een verhoogde voorkomen van longkanker in een gebied kan vele oorzaken hebben, zoals een hogere gemiddelde leeftijd (bij ouderen komt meer kanker voor) en opleidingsniveau (lager opgeleide mensen zijn over het algemeen minder gezond). Het omgekeerde geldt ook: als er geen gebieden met een verhoogd voorkomen van een bepaalde ziekte worden gezien, kan niet worden geconcludeerd dat er niets aan de hand is. Kortom, zonder nader onderzoek kunnen er geen uitspraken worden gedaan. De Kankeratlas geeft slechts een signaal dat er mogelijk iets aan de hand is.

Naast de Kankeratlas is ook gekeken naar data van de GGD-gezondheidsenquête. In de directe woonomgeving rondom Chemelot komt veel meer geluid- en geurhinder door bedrijven voor (5-7 keer meer dan gemiddeld in Zuid-Limburg), en ongeveer 50% van de mensen maakt zich zorgen over hun gezondheid vanwege de nabijgelegen bedrijven. Deze bevindingen laten zien dat het belangrijk is om aandacht te hebben voor hoe mensen zich voelen en wat ze ervaren als hinder.

Wil je meer lezen, bekijk dan de publicatie van het RIVM hierover. 

Afbeelding afsluiting

Op de afbeelding zie je de zaal met deelnemers en een presentatie