Op 26 november 2025 was in Utrecht de bijeenkomst ‘Zó maak je ruimte voor gezondheid’, vanuit het leernetwerk Maak Ruimte voor Gezondheid. Met ruim 60 mensen van provincies, gemeentes, GGD'en, adviesbureaus en de landelijke overheid was een brede kijk op gezondheid en ruimte aanwezig.

Samen leerden en discussieerden zij over gezondheid in de Ontwerp-Nota Ruimte, de ruimte die de auto inneemt (of zou moeten innemen), de politiek van gezonde leefomgeving op het provinciale niveau, en een regionale aanpak op gemeentelijk niveau. Hieronder lees je een samenvatting van de presentaties over deze onderwerpen. 
In twee workshops gingen ze aan de slag met de handvatten voor positieve ontmoeting en op zoek naar een waarderingsmethodiek voor een gezonde leefomgeving. 

Gezondheid in de Ontwerp Nota Ruimte

Helena Meijer en Michiel Hoorweg, werkzaam bij de ministeries van VRO en VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport), presenteerden de Ontwerp-Nota Ruimte. Helena Meijer vertelde hoe de Ontwerp-Nota Ruimte tot stand kwam met uitgangspunten zoals participatie, integraal samenwerken en meervoudig ruimtegebruik. Michiel, die vanuit VWS betrokken is geweest, vertelde waar en hoe gezondheid aan bod komt. 

Een goede en gezonde leefomgevingskwaliteit is een nationaal belang, maar geen landelijk sturend principe

Dat riep bij het publiek vragen op. Bijvoorbeeld hoe gezondheid wel meegenomen zal worden in ruimtelijke plannen als dat niet verplicht is. Het antwoord daarop is er weinig landelijke bevoegdheden zijn voor dat de gezonde leefomgeving maar dat wel beschreven is dat gezondheid meegewogen moet worden bij ruimtelijke besluiten. Regionaal en lokaal kan gezondheid wel sturend worden ingezet. De invulling van bevordering van gezondheid en de gezonde leefomgeving gebeurt lokaal. 
Op vier integrale thema's wordt gekeken naar ruimtelijke opgaven

  1. Wonen, werken en bereikbaarheid
  2. Economie en energie
  3. Landbouw en natuur
  4. Water en bodem

In het inhoudelijke motorblok van de Ontwerp-Nota Ruimte is gezondheid geen kern. Via bijvoorbeeld milieuzonering, complete buurten met voorzieningen en als ambitie (richting een leefbaar, gezond, en vitaal landelijk gebied) is gezondheid en de gezonde leefomgeving wel aanwezig.

Het maken van keuzes

In de Ontwerp-Nota Ruimte wordt de vertaling naar de uitvoering en de concrete acties die daarbij komen nog niet gemaakt. Dat is de volgende stap. De vaststelling van de uitvoeringsagenda en de definitieve Nota Ruimte is aan een nieuw kabinet. Wel worden al ruimtelijke aanbevelingen gedaan, bijvoorbeeld met vijf ontwikkelstrategieën aangepast op de regio's in Nederland. 

  • ACCOMMODEREN: Aansluiten bij hoge economische dynamiek, selectief ruimtegebruik, (betaalbare) woningbouw, groen, voorzieningen en infrastructuur groeien mee
  • TRANSFORMEREN: Toekomstbestendig maken van het ruimtelijk-economisch systeem van de Zuidelijk Randstad
  • STIMULEREN: Woningbouw in combinatie met stimuleren economie, groen, voorzieningen en bereikbaarheid groeien mee
  • INITIËREN: Randvoorwaarden op orde brengen. Economische ontwikkeling aanjagen, daarna meer woningbouw
  • VERSTERKEN: Aansluiten op autonome economische ontwikkeling, woningbouw naar eigen behoefte, versterken kleine kernen

Een interessante opmerking uit het publiek: de milieurisico's zijn het hoogste in de randstad. Toch staan die locaties nu aangemerkt als groei locaties, waar zowel woningen, voorzieningen en infrastructuur meegroeien. 

De stad en de auto

Op eigen naam heeft Martin van der Maas, werkzaam bij gemeente Amsterdam als planoloog, een stadsessay uitgebracht over auto-onafhankelijkheid. Over de maatschappelijke impact van de auto is Martin niet enthousiast:

De auto is een ruimte- en gezondheidsslurper.

Tijdens de bijeenkomst vertelt hij over de auto, waarom die zo'n prominente rol inneemt in de ruimte en welke voorstellen bijdragen aan minder auto-afhankelijkheid.

Gezondheid vinden mensen belangrijk, maar het gemak van de auto maakt het de mens onnodig moeilijk om gezonde keuzes te maken. Daarom is beleid nodig om de auto minder ruimte te geven. Met voorbeelden uit Parijs, de Verenigde Staten en Linköping in Zweden zien we dat het wel kan: de auto weren uit de straat, parkeerplaatsen omzetten in groen, speelruimte of woningen, en parkeergarages verplaatsen naar buiten de wijk. Als je mensen kunt laten zien wat voor goeds teweeg wordt gebracht door minder automobiliteit, dan creëert dat meer draagvlak.

Toch is de transitie naar minder auto's behoorlijk weerbarstig. Het aantal auto's blijft sinds de uitvinding van de auto toenemen, en de verwachting is dat het zonder verdere ingrepen zal blijven stijgen. Er zijn veel autostimulerende krachten in Nederland, zoals de parkeernorm, de tuinstadsideologie (vermengd met de automobiliteit), omgevingsplannen (parkeren als functie wordt beschermd), MKBA's (voertuigverliesuren tellen zwaar mee, spelende kinderen minder), vele indirecte parkeersubsidies en verkeersmodellen als selffulfilling prophecies. 

We zijn volgens Martin van der Maas verzeild geraakt in een auto afhankelijkheid die niet zomaar om te draaien is, dat vraagt om verandering als we meer ruimte voor gezondheid willen. In het publiek roept dat de vraag op welk alternatief mensen hebben. Volgens Martin is dit een kip of het ei probleem, als de toename van het aantal auto's stopt, zullen openbaar vervoer en andere alternatieve opties vanzelf groeien.

Tot slot geeft Martin zeven voorstellen die bijdragen aan een auto-onafhankelijke samenleving 

  1. Liberaliseer parkeren: geen normen, marktprijzen
  2. Investeer parkeergelden in eigen wijk
  3. Maak onderscheid tussen categorie A- en B-verkeer
  4. Maak werkgevers verantwoordelijker voor werknemersvervoer
  5. Ontwerp van klein naar groot
  6. Vervang modellen door participatie
  7. Maak straatvisies

Praktijkervaring vanuit de provincie Noord-Holland: beleidsontwikkeling voor gezonde leefomgeving

Beleidsontwikkeling voor gezonde leefomgeving

Maurik van Hal, coördinator beleidsontwikkeling gezonde leefomgeving, vertelt hoe de provincie Noord-Holland ruimte maakt voor gezondheid. Het doel: een gezondere leefomgeving voor iedereen door instrumenten in te zetten waar de gezondheidswinst het grootst is.

In Noord-Holland liggen grote gezondheidsopgaven, en is vooral aandacht voor gezondheidsproblematiek rondom specifieke casussen zoals Tata Steel, de Kunstmestfabriek ICL en Schiphol. Deze casuïstiek gedreven aanpak wil de provincie nu omzetten naar een structurele aanpak. Zo hoopt de provincie meer inzicht te geven in waarom welke onderwerpen worden opgepakt. 

Samen met de GGD en het RIVM heeft Noord-Holland de gezonde leefomgeving in kaart gebracht voor het noorden van de provincie. Stapelkaarten brengen de verschillende “hotspots” in kaart van bedreigende en bevorderende omgevingsfactoren en indicatoren van kwetsbaarheid van de bevolking. Tot op wijkniveau maakt dit inzichtelijk welke gebieden kwetsbaar zijn, en waar meerdere opgaven opstapelen. Die kaarten helpen om de gezonde leefomgeving te agenderen en gezondheid te verankeren in beleid. Daarnaast laten ze ook zien welke gebieden de meeste urgentie hebben voor een verbetering van de gezonde leefomgeving. 

Als provincie is het ook zoeken naar de eigen rol in de gezonde leefomgeving. Wat is de rol van de provincie als zij geen bevoegd gezag is? En hoe krijgt het provinciaal belang van de gezonde leefomgeving vorm naast alle andere belangen en opgaven? Dat blijft een zoektocht. De provincie Noord-Holland richt zich voor nu op de grootste uitdagingen waar de druk hoog is, waar de provincie bevoegd gezag is en waar de instrumenten beschikbaar zijn om iets te kunnen doen. Bijvoorbeeld op uitgestoten stoffen door verkeer, scheepvaart, luchtvaart en industrie en de blootstelling waar schadelijke stoffen en hinder de gezondheid van inwoners negatief beïnvloeden.

Praktijkervaring vanuit de regio: Peel Duurzaam Gezond en gemeente Deurne

Peel Duurzaam Gezond en gemeente Deurne

Vanuit de Peel en gemeente Deurne, vertelde Madeleine Middeldorp, strateeg gezonde samenleving bij gemeente Deurne, hoe duurzaamheid en gezondheid vorm krijgen in de Peelregio in Brabant.

Een van de thema's binnen Peel Duurzaam Gezond is de leefomgeving. Door een structurele, integrale samenwerking op te zetten tussen het ruimtelijk domein en zorgwelzijnsdomein(en) wil Peel Duurzaam Gezond dat de leefomgeving de gezondheid ondersteunt en stimuleert, om de zorgvraag te voorkomen. De cijfers uit het regiobeeld en een knellende gezondheid bij ruimtelijke keuzes van de Brainportregio gaf aanleiding om leefomgeving op te nemen in de Peelregio. Met vier projecten wordt de gezonde leefomgeving onder de loep genomen met interventies om het te verbeteren. Een van die projecten is het inventariseren van integrale samenwerking tussen het sociaal en fysiek domein.

Inventarisatie integrale samenwerking sociaal en fysiek domein 

Om het sociaal en fysiek domein te laten samenwerken voor gezondheid heeft dit project de volgende succesfactoren gevonden: 

  • Maken van een integrale afweging van waarden is een speerpunt van de gemeente
  • Organisatorische veranderingen: opgavegericht, integraal, projectmatig en multidisciplinair
  • Gezondheid is (een van de) kernopgave(n) of afwegingscriteria
  • Vliegwiel via ander beleid zoals wonen en zorg, klimaatadaptatie of duurzaamheid
  • Iemand de taak ‘wonen en zorg’ geven met verbindende opdracht
  • Sociaal domein maakt deel uit van het projectteam gebiedsinrichting

In de praktijk blijkt het soms nog lastig. Bijvoorbeeld aan tafel zitten als sociaal domein, is iets anders dan dezelfde taal spreken en mee mogen beslissen.
De drie andere projecten zijn gezondheid op de intaketafels, duurzaamheid & gezondheid en luchtkwaliteit. Vanuit bijvoorbeeld het project over duurzaamheid en gezondheid gaat het enerzijds om het verbeteren van de fysieke omgeving (met groen en fiets- en wandelpaden). Daarnaast gaat het ook over energiearmoede: isoleren van huizen voorkomt kou en vochtproblemen, en levert ook minder stress op. Uit het project over de intaketafels blijkt dat concrete normen om gezondheid af te dwingen nog ontbreken. En vaak hebben economische belangen en woningbouw meer prioriteit; toch wordt de urgentie van gezondheid ook meer erkent en komt gezondheid wel meer aan tafel. 

Ruimte maken voor gezondheid in gemeente Deurne

In Deurne passen ze allerlei tools en instrumenten toe om de gezondheidskansen en –uitdagingen in kaart te brengen. Deurne heeft zelf indicatoren gekoppeld aan de eigen opgaven tot op wijkniveau. Daaruit ontstaan gebiedsprofielen. Dit is een variant op de gebiedsprofielen in de Brabantscan van GGDBZO, versterkt met extra indicatoren over de fysieke leefomgeving, Gezondheid integraal afwegen is nog niet gemeengoed. Daarom is met dezelfde indicatoren als basis een lokale variant gemaakt van het Brabants Model Positieve Gezondheid, een afwegingstool van de provincie Noord Brabant. Dit helpt om de dialoog te voeren over de effecten van beleidsvoorstellen op de gekozen gezondheidsopgaven. De vervolgstap is de oorzakenladder. Per gezondheidsopgave worden de belangrijkste determinanten per gezondheidsopgave in beeld gebracht, gebaseerd op onderzoeken vanuit RIVM, Pharos, e.d. Met stoplichtkleuren wordt aangegeven hoeveel impact de gemeente maakt met haar inspanningen op ieder determinant. Gecombineerd is hiermee te onderscheiden wat de  urgentie is voor thema's als leefomgeving, bestaanszekerheid, sociaal netwerk en zorg én waar extra inzet nodig en mogelijk is vanuit de rol van de gemeente. 

Het aanbod aan cijfers, reflecties en modellen om gezondheid in kaart te brengen is reuze, zowel vanuit de provincie, het RIVM, de GGD. Maar het concreet maken en vertalen van de cijfers naar concrete taken en opgaven gaat niet vanzelf en kost veel tijd.

Handvatten voor Positieve Ontmoetingen in de Buitenruimte

Tijdens deze sessie presenteren Milou van Muijden en Kevin Pulles van het RIVM de handvatten voor ontmoeten. Deze zijn ontwikkeld om positieve ontmoetingen in de buitenruimte te bevorderen. De handvatten gaan niet over afstanden en ruimte die nodig is voor ontmoeten. Daarentegen gaan ze over de kwaliteit van de buitenruimte en hoe deze kan bijdragen aan ontmoetingen.

De eerste stap in het onderzoek was het zoeken naar wetenschappelijke onderbouwing van het begrip ‘ontmoeten’. Wat houdt ontmoeten precies in, en hoe wordt het beschreven in de literatuur? Ook is er gekeken naar bestaande ontwerpprincipes in vakliteratuur en is gezocht naar overlap met de wetenschappelijke inzichten. Uiteindelijk zijn er acht concrete handvatten geselecteerd.

Daarnaast is de Ontmoet Wijzer ontwikkeld: een gesprekstool voor gemeenten, GGD’en en andere partijen om samen de buitenruimte te beoordelen. Professionals uit het ruimtelijk, gezondheids- en sociale domein kunnen de Ontmoet Wijzer gebruiken om vast te stellen in hoeverre een gebied ontmoetingen stimuleert. Daarbij moeten ze rekening houden met randvoorwaarden zoals veiligheid en toegankelijkheid.

Tijdens de sessie gingen de deelnemers aan de slag met de Ontmoet Wijzer. Ze werden naar buiten gestuurd om te onderzoeken in welke mate de omgeving van Utrecht Centraal ontmoetingen bevordert. Na afloop deelden de deelnemers hun bevindingen. De belangrijkste opmerking is dat het waardevol zou zijn om te weten hoe verschillende doelgroepen de openbare ruimte ervaren. Een aanbeveling van de Ontmoet Wijzer is dan ook om deze beoordeling samen te doen met collega’s uit verschillende vakgebieden: factoren zoals expertise, leeftijd en geslacht kunnen invloed hebben op de manier waarop mensen de openbare ruimte ervaren. 

De handvatten voor ontmoeten zijn onderdeel van het project ‘Vuistregels voor de Gezonde Leefomgeving’. In dit project zijn vuistregels opgesteld voor verschillende thema’s die nog geen vaste normen hebben, zoals bewegen en groen. Deze richtlijnen kunnen professionals ondersteunen bij het inrichten van een gezonde leefomgeving.

Presentatie Nota Ruimte