Monitoren en evalueren is belangrijk om te weten te komen of je ambities voor een gezonde leefomgeving worden bereikt. Haal je de gewenste kwaliteit van de leefomgeving? Wordt de plek goed gebruikt en beheert? Verzamel gegevens over de doelen (monitoring) en analyseer en beoordeel deze data om de effectiviteit van de fysieke interventie te bepalen (evaluatie). Met de resultaten kun je toekomstige ruimtelijke plannen nog succesvoller maken.
Monitoring
Welke gegevens ga je meten?
Voor je aan de slag gaat met monitoring is het belangrijk om het doel te bepalen. Wat je gaat meten, is afhankelijk van de interventie en het doel van je project. Voor monitoring kun je bijvoorbeeld kiezen voor het verzamelen van data over:
- Omgevingskwaliteit:
- Gaat het om het effect van een geluidsinterventie, dan meet je de geluidsblootstelling.
- Gebruik en beleving:
- Wil je het gebruik van een bepaalde plek stimuleren, dan meet je bijvoorbeeld het aantal gebruikers op een bepaald moment.
- Ga je de sociale interventies rondom de fysieke plek evalueren, toets dan o.a. de continuïteit van de organisatie van sociale activiteiten.
- Gezondheid:
- Wordt er voldoende bewogen? Bevraag dan de bewoners of ze voldoen aan de beweegrichtlijnen.
- Welke gezondheidsparameters? Vraag hierbij advies bij de GGD.
- Uitvoering en proces:
- Wil je weten wat het effect is van het beheerplan, meet dan bijvoorbeeld de tevredenheid van omwonenden over de verzorging van de groenvoorzieningen.
Wanneer ga je meten?
Voor een goede monitoring is een meting nodig van de uitgangssituatie, een nulmeting, om latere meetmomenten mee te kunnen vergelijken. Bepaal vervolgens na welke termijn je effecten verwacht te kunnen gaan meten. Denk daarbij aan meetmomenten kort na de fysieke interventie, en op de lange termijn om te kunnen monitoren of er veranderingen ontstaan. Daarmee toets je ook of de inrichting aansluit bij bewoners die er later zijn komen wonen. Dit is vooral belangrijk op plekken met een hoge doorstroom onder bewoners.
Sluit aan bij bestaande monitoring
Voor monitoring kun je de Basisset Indicatoren Gezonde Leefomgeving gebruiken. Wat mogelijk is, is aansluiten bij bestaande dataverzameling(en) die ook effecten van jouw interventie meten. Denk bijvoorbeeld aan dataverzamelingen van de Omgevingsdienst, de GGD en/of de gemeentelijke dataexperts. Samen met hen kun je bepalen of je nieuwe data ophaalt of op basis van de huidige dataverzameling het effect van je interventie kunt bepalen. Bij monitoring kan je ook de metingen en ervaringen van burgers gebruiken. Hieronder staan voorbeelden van burgerwetenschap:
- Samen Meten: lucht, water en geluid
- Citizen science van belang voor kennis over de natuur (WUR)
Evaluatie
Samen beoordelen van de monitoringsresultaten
Als je begint an de evaluatie zet je eerst de resultaten van je monitoring op een rij. Bij de analyse en beoordeling van de verzamelde gegevens betrek je de belanghebbende partijen. Denk bijvoorbeeld aan bewoners, maar ook aan beheerders. Zij vernemen uit eerste hand hoe de leefomgeving wordt gebruikt en kunnen met hun ervaringen en vanuit hun perspectief de evaluatie verrijken. Wees tijdens dit proces helder over wat er met de uitkomsten van de evaluatie wordt gedaan, en hoe erover wordt gecommuniceerd. Dit is goed voor wederzijdse verwachtingen.
Werkwijze evalueren
Het is ook goed om je werkwijze te evalueren. Dit kan aan het eind van het project, maar ook tussendoor. Daarbij kijk je naar hoe het project is verlopen. Je onderzoekt bijvoorbeeld:
- Is de samenwerking tussen betrokken partijen goed verlopen?
- Worden afspraken nagekomen en is de communicatie helder?
- zijn rollen en verantwoordelijkheden duidelijk?
- Hebben inwoners en andere belanghebbenden voldoende en op het juiste moment kunnen meedenken?
- Zijn er knelpunten in de uitvoering, en hoe zijn/worden die opgelost?
Om deze vragen te bespreken kun je de Gespreksstarter voor domeinoverstijgend samenwerken gebruiken. Hiermee ga je aan de hand van kaartjes met elkaar in gesprek over de werkwijze. Andere hulpmiddelen zijn:
- Aanpak Gezonde Gemeente: evaluatie
- Factsheet Monitoring, evaluatie en maatregelen in milieueffectrapportage van de Commissie MER
Procesevaluatie helpt om toekomstige projecten effectiever aan te pakken: door te evalueren kun je leren van wat goed gaat en wat beter kan, zowel op inhoud als in de samenwerking. Zet de verbeterpunten op een rij en maak afspraken om deze te gebruiken in toekomstige projecten.
Bijsturen of terug naar de tekentafel?
Ruimtelijke planvorming is een complex proces met veel externe actoren en factoren. Het is onmogelijk om met alles rekening te houden. Een planvormingsproces is dan ook een versimpeling van de realiteit en maakt gebruik van onderbouwde aannames om tot een plan te komen. Via monitoring en evaluatie kom je erachter of deze aannames, bijvoorbeeld over het gebruik, kloppen in de praktijk. Zo niet, dan is het belangrijk om bij te sturen.
Bijsturen kan op verschillende manieren en hoeft niet altijd een fysieke ingreep te zijn: een plek bestaat onder andere uit de fysieke omgeving, wat er gedaan kan worden en de regels en organisatie eromheen. Wordt een plein te weinig gebruikt? Organiseer dan bijvoorbeeld een buurtmarkt. Of rijden er te veel vervuilende vrachtwagens door de straat? Overweeg dan een milieuzone in te voeren. Soms is een kleine fysieke ingreep nodig om bij te sturen zoals het plaatsen van een bankje of extra verlichting.
Als het bijsturen niet tot succes leidt, dan is het goed om de planfasen weer te doorlopen en om een nieuw ruimtelijk plan voor te stellen.