De dag begon met een lezing van Roel During (WURWageningen University &Research) over Leefbaarheidsinitiatieven op het platteland. Centrale vraag binnen dit onderzoek was: op welke wijze zijn leefbaarheidsinitiatieven in het platteland ingebed in een cultuur van zelforganisatie en hoe hangen verschillende vormen van eigenaarschap daarmee samen? Studenten gingen heel open in gesprek met bewoners van kleine kernen, wat boeiende gesprekken opleverde.

Een belangrijke zorg binnen de dorpen is sociale duurzaamheid: de jeugd trekt weg en de ouderen hebben zorg nodig. Deze zorg wordt nu verleend door de ‘tussengeneraties’, maar wie kijkt er straks om naar deze generatie, wanneer zij oud zijn en zorg nodig hebben? Deze bevinding loopt als een rode draad door het onderzoek.

Foto bijeenkomst Ruimte voor gezondheid in kleine kernen
Foto van plenaire opening bijeenkomst Ruimte voor gezondheid in kleine kernen

 

Verenigingsleven is heel belangrijk voor initiatieven voor gezondheid. Denk aan buurthuizen en sportverenigingen. Hoe dit georganiseerd wordt verschilt per dorp. De rol die de gemeente op zich neemt is hierbij van groot belang. Een zekere mate van financiële steun en ruimte voor eigen invulling is belangrijk om initiatieven van de grond te krijgen. Dit leidt dan eigenlijk altijd tot meerwaarde voor de gemeenschap. Daar niet te snel op bezuinigen dus, dat is van grote waarde. Onderschat het spreekwoordelijke ‘pannetje soep’ niet, daar kan veel moois uit groeien. Meijel, in de gemeente Peel en Maas, is een goed voorbeeld van hoe burgerinitiatieven kunnen resulteren in de heropleving van een dorp.

Kleine initiatieven worden vaak met elkaar verbonden tot grote initiatieven ontstaan. Bewoners die zich organiseren komen dan vaak in botsing met de regelgeving. Bijvoorbeeld als een schoolbus gerund door vrijwilligers een torenhoge aansprakelijkheidsverzekering moet afsluiten. Als gemeente is het belangrijk mee te denken over oplossingen en ondersteuning te bieden op zo’n moment. De vraag is dan: ‘Wat is er nodig, wat kan ik doen?’. Dan bestaat het risico dat niet ieder dorp hetzelfde behandeld wordt, maar er is nu eenmaal maatwerk nodig. En een institutioneel kader dat zich aanpast aan de ontwikkelingen.

Wat maakt een dorp wel/niet actief? Een verenigde gemeenschap zorgt vaak voor meer eigen initiatief. Niet actieve dorpen kenmerken zich meestal door verdeeldheid, bijvoorbeeld door geloof of armoede. Bij verdeeldheid in een dorp is het belangrijk te investeren in overbruggend kapitaal. Dus het steunen van initiatieven die het hele dorp ten goede komen en niet alleen de ene of de andere groep.

Deze manier van samenwerken binnen dorpen, kan dat ook bereikt worden binnen wijken?
Binnen wijken blijkt het moeilijker te mobiliseren. Het blijkt belangrijk dat je elkaar kent, dus investeer in sociale cohesie.

Wanneer het gaat over integratie in het dorp, is er dan een verschil tussen Nederlanders en Nederlanders met een migratieachtergrond?
Het blijkt steeds meer dat als je meedoet, je er ook bij hoort. Ongeacht je afkomst. Ook zien we in gelovige dorpen een toenemende inclusiviteit.

Workshop 1: Omgaan met dilemma’s voor bevorderen van gezondheid in kleine kernen. Voorbeelden uit de praktijk

Deze workshop werd verzorgd door: Marc van der Ploeg (GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst Noord-Oost-Gelderland) en Theo van Alphen (RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu)

 

Ambities en dilemma’s Nunspeet, Elburg en Oldebroek

Ambities: Ouderen moeten zolang mogelijk zelfstandig kunnen wonen en we willen aantrekkelijk zijn voor jonge gezinnen. Hoe kunnen deze ambities elkaar versterken of tegenwerken?

  • Combineer scholen of kinderdagverblijven en ouderenwoningen. Ouderen kunnen ook oppassen.
  • Transformeer leegstaande panden tot woongebouwen voor ouderen.
  • Richt ontmoetingsplaatsen in de openbare ruimte in waar verschillende groepen (ouderen, jongeren, kinderen) gebruik van kunnen maken. Plaats voor de ouderen bankjes om de 500 meter op wandelroutes.
  • Een zaterdagmarkt kan een belangrijke ontmoetingsplek zijn.
Foto Workshop 1 Ruimte voor gezondheid in kleine kernen

Rol gemeente:

  • Faciliteren.
  • Invloed op huurprijzen winkels, ook combineren met andere functies bijvoorbeeld een politiepost.

Ambities: ons mooie landschap willen we nog meer inzetten voor recreatie als de economische levensader van onze gemeente; kernkwaliteiten buitengebied zijn rust en natuur.

  • Gemeenten kunnen actief beleid hierop voeren (wel recreatie, maar ook rust).
  • Geen gemotoriseerd verkeer toestaan in de recreatiegebieden, alleen aan de rand.
  • Recreatie heeft vele vormen: aanpassen op het gebied.
  • Dit beleid kan in omgevingsvisie of plannen en programma’s opgenomen worden.

 

Dilemma’s gemeente Grootegast

Dilemma: Aantrekkelijk maken voor vestiging jonge gezinnen en te weinig woningen voor senioren.

  • Een dorp leefbaar maken voor ouderen en jongeren. Is er wel een onderscheid tussen de waarden van leefbaarheid? Misschien zijn deze waarden wel universeel, bijvoorbeeld: spelende kinderen op straat worden in de gaten gehouden door de oudere buurvrouw. Dit maakt de straat levendig voor de buurvrouw en veilig voor het jonge gezin met kinderen.

Dilemma: Hangjongeren Voorzieningen voor jongeren niet rendabel.

  • Het verschil tussen hangjongeren in dorpen en steden is groot. In dorpen gaat het minder om criminaliteit, maar meer om het probleem van overlast.
  • Voorbeeld Súdwest Friesland: in een van de gemeenten ervaarde dorpsbewoners overlast van een groep hangjongeren. Deze jongeren zaten wel in een keet, welke op gemeentegrond stond. De gemeente heeft toen met de jongeren afgesproken dat ze de keet mochten blijven gebruiken op voorwaarde dat ze initiatieven zouden organiseren voor het dorp. Hierdoor ontstond een jongerengroep die veel organiseerde voor het dorp en zo een grote positieve bijdrage leverde.

Extra ‘dilemma’: overgewicht.

  • Voorbeeld gemeente Zutphen: vanuit de voedselbank is een project gestart om mensen bewust te maken van gezond eten en meer bewegen. Overgewicht speelt (daar) voornamelijk onder de armere groepen, dus zo sluit het project goed aan op de doelgroep.

 

Conclusies en tips:

  • Maatwerk is en blijft nodig! Wat in het ene dorp werkt, werkt in ander dorp niet. Het is belangrijk om je doelgroep goed te kennen.
  • Er is wel een duidelijk verschil tussen de stad en het dorp. Dit verschil zit deels in de sociale cohesie: Stad: formele organisatie vanuit gemeente. Dorp: organisatie vanuit de gemeenschap zelf. Stadswijken blijken minder gemengd dan dorpen (bijv. alle sociale huur bij elkaar), waardoor gemeenschapsorganisatie minder makkelijke van de grond komt. Veel steden proberen de wijken nu wel meer te mengen.
  • Gegevens zijn nodig: waar is behoefte aan, wat zijn wensen (bijv. is er eenzaamheid, wat is de woningbehoefte).
  • Gemeenten kunnen actief beleid voeren, wel in samenhang uitwerken, bijvoorbeeld vergunningverlening afstemmen op wat je wilt

Workshop 2: Samen met bewoners naar een gezonde inrichting van Deurne

Deze workshop werd verzorgd door: Vincent Snels (gemeente Deurne), Paul van den Donk (HAS) en Ton Brok (provincie Brabant)

 

De provincie Brabant en de HAS hogeschool werken samen, met steeds wisselend aangesloten gemeenten, aan methodiekontwikkeling gericht op investeringen in de openbare ruimte waar bewoners bij betrokken worden. Het doel is het realiseren van een leefomgeving waar bewoners gelukkig van worden.

 

De provincie en hogeschool maken de koppeling tussen de fysieke omgeving en de maatschappelijke problemen. Bij gemeenten zijn vooral voor de fysieke omgeving vaak grote budgetten beschikbaar. Als er oplossingen gezocht moeten worden voor problemen in de fysieke ruimte is er vaak een goede kans om daar bij aan te haken en maatschappelijke opgaven te betrekken. Het is belangrijk om een goed beeld te krijgen van een gebied, wat wil je bereiken. Er wordt daarom gestart met een brede analyse van de omgeving op biodiversiteit, gezondheid, klimaat, etc. Ook wordt een stakeholderanalyse gedaan, wie heeft er voordeel/belang bij eventuele veranderingen. Met bewoners samen wordt gekeken naar de mogelijkheden. Voor de bewoners wordt daarbij informatie beschikbaar gemaakt, bv uit de Atlas Leefomgeving. De interpretatie van die gegevens bleek echter lastig voor bewoners. Er is daarom gewerkt aan aanpassingen van de kaarten met lucht en geluid gegevens, waardoor ze beter te begrijpen waren voor de bewoners. Vanuit deze samenwerking wil men graag een kennisomgeving ontwerpen voor de bewoners. De Atlas Leefomgeving is/wordt hierbij betrokken. Door een beter inzicht wordt de discussie met de bewoners anders. Ze kijken anders naar hun omgeving en de mogelijkheden.

 

In de afgelopen jaren is een stappenplan ontstaan, waarbij studenten van de HAS betrokken zijn, dat doorlopen wordt bij een nieuw project, met als resultaat een kaart met opgaven, een kaart met mogelijkheden voor oplossingen per onderwerp en als eindresultaat een gedragen projectenkaart van de gemeenschap.

 

Idee er achter is dat er veel meer draagvlak is voor deze ingrepen en maatregelen en dat het veel meer kans heeft op (een snelle) uitvoering. Wanneer te weinig rekening gehouden wordt met wat betrokkenen willen, wordt de uitvoering of wel sterk vertraagd of komt helemaal niet van de grond. Idee is een 3 partijen systeem: inwoners + markt + overheid. Inwoners kunnen hun wensen en ideeën inbrengen. Ambtenaren geven vooral kaders, letten op of het past in het grote geheel, maken attent op mogelijke effecten/gevolgen, houden minderheidsbelangen in de gaten.

 

De gemeente Deurne werkt vooral samen met de inwoners. De gemeente Heusden wil de organisatie laten kantelen en meer vraaggestuurd gaan werken. Hier zijn vooral de bewoners de bron van ideeën. Zij nemen samen verantwoordelijkheid voor de collectieve belangen zoals zorg, energie, natuur etc. en gaan ook zelf aan de slag met het schrijven van een omgevingsvisie.

 

Conclusies en tips:

  • Bewoners centraal stellen: hoe krijgen ze de goede informatie zodat ze goed mee kunnen denken en welke informatie/kennis hebben ze zelf.
  • Ambtenaren kunnen randvoorwaarden stellen, faciliteren en grote lijnen schetsen.

Workshop 3: Een gezonde toekomst voor de Noordoostpolder (NOP); hoe kan de omgeving daaraan bijdragen?

Deze workshop werd verzorgd door: Hugo Bos (gemeente Noordoostpolder) en Fred Woudenberg (GGDGemeentelijke/gewestelijke gezondheidsdienst Amsterdam)

 

Foto Workshop 3 Ruimte voor gezondheid in kleine kernen

Fred Woudenberg, GGD Amsterdam, is gevraagd om een presentatie te geven bij de gemeenteraad van de NOP over het belang van een gezonde leefomgeving. Hij bereidt dit voor met Hugo Bos, gemeente Noordoostpolder.

 

Aan de hand van kaarten schetst Fred verwachte trends in de stand van de gezondheid en kwaliteit van de leefomgeving in de NOP, zoals vergrijzing, minder geode ervaren gezondheid, maar ook veel energie (vrijwilligerswerk). Deze gegevens brengen een aantal dilemma’s en kansen naar voren: Kiezen voor centralisering van zorg of zorg per kern houden. Kiezen we er bijvoorbeeld voor om vrijgekomen kavels te verkopen of maken we er een park van? Niet kiezen is verliezen, aldus Fred. Hij kreeg vanuit de zaal vooral de tips om niet te spreken over dilemma’s of krimp, want dat klinkt niet erg aantrekkelijk voor bestuurders. Praat liever in termen van kansen , zet in op kwaliteiten die er al zijn en maatwerk. Uitgaan van de vraag: ‘waar zijn we goed in?’ (bijvoorbeeld digitale bereikbaarheid: heel NOP glasvezelnetwerk). Iemand vroeg of we fysiek en sociaal moeten willen verbinden? Natuurlijk, volgens Fred, al zijn gemeenten daar niet (altijd) op ingericht. Het later verbinden, als plannen zijn uitgevoerd, is nog veel lastiger. En laat je niet verleiden door mooie plannen voor 2040, die klinken als de hemel op aarde. Sommige dingen bijten elkaar, zoals meer ruimte voor voetgangers én meer parkeerplekken. Wees hier kritisch op. Kiezen dus.

 

Conclusies en tips:

  • Denk in kansen
  • Ga uit van bestaande kwaliteiten in een gebied en betrek de bewoners vroegtijdig